Skip to main content
/

Van zoekend, verdwaald of verloren naar gevonden, gelovig en dienend

De weg van het geloof begint vaak met een verlangen. Er kan diep vanbinnen een besef zijn dat er iets ontbreekt, dat het leven meer moet zijn dan wat we om ons heen zien en ervaren. Soms is iemand zoekend, soms verdwaald en soms zelfs het gevoel kwijtgeraakt waar hij of zij naartoe moet. Vanuit dat verlangen begint de zoektocht naar waarheid, naar betekenis en uiteindelijk naar God.

De Bijbel zegt:

“U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart.”
— Jeremia 29:13

Jezus maakt duidelijk waar deze zoektocht uiteindelijk uitkomt:

“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.”
— Johannes 14:6

Wie Jezus leert kennen, ontdekt niet alleen een antwoord op levensvragen, maar ontmoet Degene Die Zelf de Weg, de Waarheid en het Leven is.

Van zoeken naar erkennen

Naarmate iemand God leert kennen, kan de Heilige Geest laten zien wat er in het eigen leven niet in overeenstemming is met God. De werkelijkheid van de zonde wordt zichtbaar en daarmee ook de noodzaak van bekering. Wat eerst misschien verborgen of onbelangrijk leek, krijgt een andere betekenis in het licht van Gods waarheid.

De Bijbel zegt:

“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God.”
— Romeinen 3:23

Maar het erkennen van zonde is niet het einde. Het is juist het begin van een weg terug naar God. Wanneer iemand zijn zonden belijdt en zich tot God keert, is er vergeving en reiniging:

“Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
— 1 Johannes 1:9

Bekering betekent dat we ons afkeren van de weg waarop we liepen en ons richten op God. Het is een verandering van richting: van onszelf naar God, van zonde naar gehoorzaamheid en van onze eigen wil naar Zijn wil.

Van verloren naar gevonden

In Jezus Christus ontvangt de gelovige nieuw leven. Het geloof in Hem brengt ons in een nieuwe verhouding met God. Wat verloren was, wordt gevonden; wat dood was, wordt tot leven gebracht.

Jezus zegt:

“Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.”
— Lukas 19:10

En:

“Opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
— Johannes 3:16

Dit nieuwe leven betekent niet dat alles vanaf dat moment volmaakt is. Het betekent dat er een nieuwe richting is gekomen. De gelovige begint te leren wandelen met God, Hem te vertrouwen en steeds meer te ontdekken wat het betekent om Christus te volgen.

“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.”
— 2 Korinthe 5:17

Van gelovige naar discipel

Na het ontvangen van nieuw leven begint een proces van groei. Een nieuwe gelovige wordt geroepen om zich te voeden met het Woord van God en te groeien in het geloof.

Petrus schrijft:

“En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien.”
— 1 Petrus 2:2

Door het lezen en bestuderen van de Bijbel, gebed, gehoorzaamheid en gemeenschap met andere gelovigen leert de gelovige God steeds beter kennen. Het geloof wordt niet alleen iets wat we belijden, maar iets wat zichtbaar wordt in de manier waarop we leven.

Jezus zegt:

“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.”
— Johannes 14:15

Discipelschap betekent daarom dat we steeds meer leren om ons leven aan Christus toe te vertrouwen. Ons denken wordt vernieuwd, onze keuzes veranderen en we leren Gods wil te zoeken boven onze eigen wil.

“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.”
— Romeinen 12:2

Van discipel naar geestelijke volwassenheid

Geestelijke groei gaat een leven lang door. Naarmate iemand langer met Christus wandelt, groeit ook het vermogen om Gods Woord te begrijpen, onderscheid te maken tussen goed en kwaad en standvastig te blijven wanneer het leven moeilijk wordt.

Hebreeën 5:14 zegt:

“Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, die door het gebruik ervan hun zinnen geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad.”

Geestelijke volwassenheid betekent daarom niet alleen dat iemand veel Bijbelkennis heeft. Het betekent dat Gods Woord steeds meer zichtbaar wordt in het karakter, de keuzes en het dagelijks leven van de gelovige.

Wie geworteld is in Christus, leert Hem te vertrouwen in goede én moeilijke omstandigheden. Er groeit volharding, wijsheid, liefde en een verlangen om niet alleen zelf te groeien, maar ook anderen te helpen groeien.

Van ontvangen naar dienen

Uiteindelijk leidt geestelijke groei niet naar onszelf, maar naar dienstbaarheid. Wie Gods genade heeft ontvangen, wordt geroepen om anderen te dienen en Gods liefde zichtbaar te maken.

Jezus is daarin Zelf het voorbeeld. Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen (Mattheüs 20:28).

Paulus beschrijft de diepe verandering die Christus in het leven van een gelovige brengt:

“Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.”
— Galaten 2:20

Het leven wordt steeds meer gericht op liefde voor God en liefde voor anderen:

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.”
“U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
— Mattheüs 22:37–39

Zo groeit de gelovige van iemand die zoekt naar iemand die gevonden is, van iemand die verdwaald was naar iemand die een weg heeft gevonden, van iemand die alleen ontvangt naar iemand die leert geven en dienen.

Een levenslange weg

De weg van zoekend, verdwaald of verloren naar gevonden, gelovig en dienend is geen proces dat in één dag voltooid is. Het is een levenslange wandel met God.

Het begint met zoeken en verlangen. Het gaat verder door het erkennen van zonde en bekering. Door geloof in Jezus Christus ontvangen we vergeving en nieuw leven. Daarna volgen groei, discipelschap, gehoorzaamheid en geestelijke volwassenheid. Uiteindelijk leren we steeds meer te leven in liefde, nederigheid en dienstbaarheid.

Het doel is niet alleen om gelovige te zijn, maar om als discipel van Jezus Christus te leven: geworteld in Gods Woord, geleid door de Heilige Geest, gevormd naar het voorbeeld van Christus en bereid om anderen te dienen.

Van zoeken naar vinden.
Van verloren naar gevonden.
Van geloven naar volgen.
Van ontvangen naar dienen.
Van nieuw leven naar een leven voor Christus.